BWMSTR Label.
Pakhuizen, kantoren, stapelgebouwen, fabrieken… Wat kunnen we leren van deze gebouwen die op het eerste zicht eenvoudig lijken geconstrueerd? Wat maakt ze (her)bruikbaar en bijzonder tegelijkertijd? BULK architecten onderzoekt hoe méér aandacht voor structuur en constructie kan bijdragen aan een veerkrachtige, robuuste stad.
De coronapandemie toont hoe snel de organisatie van wonen en werken kan veranderen. Een kantoor zou morgen misschien beter een woongebouw of school zijn, of andersom? Wat betekent klimaatverandering voor de gebouwde omgeving? Áls we nog nieuwe gebouwen maken, dan kunnen we maar beter zorgen dat ze een lange levensduur hebben. Gebouwen met een overmaat aan constructie en ruimte zijn volgens BULK architecten het meest geschikt om veranderingen in gebruik en technieken op te vangen. Ze bieden een raamwerk voor een circulaire bouweconomie.
Maar de realisatie van robuuste, open gebouwenstuit nog op veel drempels. De eerste invulling is te vaak bepalend voor het ontwerp, wat resulteert in ‘maatpak-architectuur’. Prachtig bij oplevering, maar snel verouderd. Door een onevenwichtige samenwerking tussen architect en ingenieur vormt de constructie zelden de basis van een ontwerp. Hierdoor staat de gewenste overmaat aan ruimte al van bij de start onder druk.
Hoe kunnen architecten, ingenieurs, bouwheren, ontwikkelaars, aannemers en overheden bijdragen aan het creëren van langetermijnwaarde? In Construct gaat BULK op zoek naar handvaten voor een veranderende praktijk. BULK selecteerde elf verschillende gebouwen in Vlaanderen, Brussel en Nederland waarbij de structuur veranderingen in invulling en gebruik kan dragen doorheen de tijd. Archiefonderzoek en plaatsbezoeken leggen de basis voor een matrix waarin de elf cases een plek krijgen.